eenling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van een met het achtervoegsel -ling
enkelvoud meervoud
naamwoord eenling eenlingen
verkleinwoord eenlingetje eenlingetjes

Zelfstandig naamwoord

eenling m [1]

  1. eenzelvig persoon, iemand die niet tot een groep behoort
    • De AIVD is bang voor eenlingen met kwade bedoelingen, want die zijn moeilijk te traceren. 
     Agractie-voorman Bart Kemp beschouwt de boeren die minister Van der Wal en verschillende Kamerleden bedreigen als eenlingen. Hij weigert een verzoek te doen om de bedreigingen en gewelddadigheden te stoppen. "Roep ik daartoe op dan? Ik heb nooit iets anders gedaan dan oproepen tot protest binnen de wettelijke grenzen," zegt hij tegen NU.nl.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 30 juni 2022 Weblink bron “Boerenleider Kemp voelt zich niet verantwoordelijk voor gewelddadige protesten” (30 juni 2022), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be