eenling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van een met het achtervoegsel -ling
enkelvoud meervoud
naamwoord eenling eenlingen
verkleinwoord eenlingetje eenlingetjes

Zelfstandig naamwoord

eenling m [1]

  1. eenzelvig persoon, iemand die niet tot een groep behoort
    • De AIVD is bang voor eenlingen met kwade bedoelingen, want die zijn moeilijk te traceren. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen