un

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Catalaans

Lidwoord

un m

  1. een
Telwoord (cat)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

un

  1. één
Verwante begrippen


Frans

Soroban 0.svg Soroban 0.svg Soroban 0.svg Soroban 1 c.svg
0 0 0 1
un,
op een abacus


Telwoord (Frans)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • un
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

un

  1.  een ht , het getal 1
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Lidwoord

un m

  1.  een lw 
Verwante begrippen


Friulisch

Telwoord (fur)
1 10
2
3
4
5
6
7
8
9

Hoofdtelwoord

un

  1. één


Lets

Voegwoord

un

  1. en


Luxemburgs

Uitspraak
Woordafbreking
  • un

Voegwoord

un

  1. en
    «D'Provënz Limburg grenzt am Osten un Däitschland, am Süden un déi belsch Provënzen Limburg a Léck, am Westen an Nordwesten un d'Provënz Nordbrabant, an am Norden un d'Provënz Gelderland.»
    De provincie Limburg grenst aan het oosten van Duitsland, aan het zuiden en die Belgische provincies Limburg en Luik aan het westen en noordwesten en de provincie Noord-Brabant en aan het noorden de provincie Gelderland.


Nedersaksisch

Lidwoord

un

  1. een, 'n; een onbepaald lidwoord
Synoniemen

Voegwoord

un

  1. en; wordt gebruikt om zinsdelen aan elkaar toe te voegen
  2. en; wordt gebruikt tussen elementen van een opsomming
Schrijfwijzen


Occitaans

Telwoord (oci)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

un

  1. één


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • un

Voegwoord

un

  1. (tweeletterwoord) en
    «Er waar en arrig bschaffigte Dichder un Schreiwer.»
    Hij was een erg bezige dichter en schrijver.
Opmerkingen


Spaans

Telwoord (spa)
0
1 11 21 10 100 103
2 12 22 20 200 106
3 13 23 30 300 109
4 14 24 40 400 1012
5 15 25 50 500 1015
6 16 26 60 600 1018
7 17 27 70 700 1021
8 18 28 80 800 1024
9 19 29 90 900 1027

Hoofdtelwoord

un

  1. één

Lidwoord

  1. een, één, 'n
    «un libro»
    een boek


Turks

Zelfstandig naamwoord

un

  1. meel, bloem


Veluws

Lidwoord

un

  1. een, 'n; een onbepaald lidwoord


Welsh

Telwoord (cym)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900
Uitspraak

Hoofdtelwoord

un

  1. één