halfeen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • half·een
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord halfeen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

halfeen v / m

  1. een tijdstip op de klok halverwege twaalf en een uur

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.