men

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • men

Onbepaald voornaamwoord

men

  1. iemand, maar niemand in het bijzonder
    Men heeft dat gedaan om kosten te sparen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
mennen

men

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mennen
    Ik men.
  2. gebiedende wijs van mennen
    Men!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mennen
    Men je?


Deens

Naar frequentie 33

Voegwoord

men

  1. maar


Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

men mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord man


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Zweeds en Deens
Naar frequentie 31

Voegwoord

men

  1. maar
    «Han er stor og svær, men ingen arbeidskar.»
    Hij is groot en zwaar, maar geen arbeider.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Zweeds en Deens

Voegwoord

men

  1. maar