zes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • zes
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]

Hoofdtelwoord

zes

  1. het gehele getal tussen vijf en zeven, in Arabische cijfers 6, in Romeinse cijfers VI
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord zes zessen
verkleinwoord zesje zesjes

Zelfstandig naamwoord

zes v / m

  1. het getal 6.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Hoofdtelwoord

zes

  1. zes; het gehele getal tussen vijf en zeven, in Arabische cijfers 6, in Romeinse cijfers VI
enkelvoud meervoud
naamwoord zes zessen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zes

  1. zes; het getal 6


Nedersaksisch

Hoofdtelwoord

zes

  1. zes; het gehele getal tussen vijf en zeven, in Arabische cijfers 6, in Romeinse cijfers VI
Schrijfwijzen
enkelvoud meervoud
naamwoord zes zessen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zes

  1. zes; het getal 6