Naar inhoud springen

eene

Uit WikiWoordenboek
  • ee·ne

eene

  1. (verouderd) schrijfwijze voor ene
    • (...) 't kostte eene gulden twintig [1]
     Naarmate de wet zich terugtrekt en met betrekking tot de individuele vrijheid dit meer willekeurig doet, verwijdert dus de 'wettenstaat' zich meer van den 'rechtsstaat' in sociaalethischen zin, en mag niet langer uitsluitend op de verzekering der wettigheid de nadruk worden gelegd, maar moet alle aandacht worden geschonken aan de zorg voor eene behoorlijke rechtsvorming door de administratie binnen de grenzen der wet.[2]
     Artikel 42 luidde: Ieder Burger heeft het onvervreemdbaar regt, om eene schriftelijke en eigenhandig onderteekende aanklagt te doen tegen zoodanigen zijner Medeburgers, het zij Ambtelozen of Ambtenaren, Geconstitueerde Magten, of bijzondere Leden van dien, door welken hij oordeelt dat de Wetten, hetzij ten zijnen bijzonderen nadeele, of ten nadeele der Maatschappij, geschonden zijn, mids bij zoodanige Magt, als in dezen bevoegd zal zijn, en overeenkomstig de wijze, door de Burgerlijke wet voorgeschreven.[2]

eene

  1. (verouderd) schrijfwijze voor ene
    • Als zij aan de eene kant bruin zijn, keert ze om, (...) [3]

eene

  1. (verouderd) schrijfwijze voor ene
    • Hij heeft daar eene goede vangst gedaan. [4]

Het gebruik van 'een' (zonder verbuiging) op plaatsen waar de grammatica theoretisch 'eene' voorschreef is in verzorgd Nederlands van na de middeleeuwen altijd voorgekomen.[5]