eenhuizig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·hui·zig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van een en huis met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen eenhuizig
verbogen eenhuizige
partitief eenhuizigs

Bijvoeglijk naamwoord

eenhuizig [1] [2]

  1. (plantkunde) met mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen