keen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • keen

Werkwoord

vervoeging van
kenen

keen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenen
    • Ik keen. 
  2. gebiedende wijs van kenen
    • Keen! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenen
    • Keen je? 

Gangbaarheid

22 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse cene.
stellend vergrotend overtreffend
keen keener keenest

Bijvoeglijk naamwoord

keen

  1. scherp
  2. enthousiast
  3. oplettend