Naar inhoud springen

keen

Uit WikiWoordenboek
  • keen
enkelvoud meervoud
naamwoord keen kenen
verkleinwoord keentje keentjes

dekeenv/m [3] [4] [5]

  1. kloof, spleet, scheur
vervoeging van
kenen

keen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenen
    • Ik keen. 
  2. gebiedende wijs van kenen
    • Keen! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenen
    • Keen je? 
22 %van de Nederlanders;
18 %van de Vlamingen.[6]


  • Afkomstig van het Oudengelse cene.
stellend vergrotend overtreffend
keenkeenerkeenest

keen

  1. scherp
  2. enthousiast
  3. oplettend