honderd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hon·derd
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

honderd o

  1. 10 x 10, in Arabische cijfers 100, in Romeinse cijfers C.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord honderd honderden
verkleinwoord honderdje honderdjes

Zelfstandig naamwoord

honderd v / m

  1. het getal 100
  2. honderdje: een geldbiljet met een waarde van honderd (euro of gulden)
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Hoofdtelwoord

honderd

  1. honderd; 10 x 10, in Arabische cijfers 100, in Romeinse cijfers C
enkelvoud meervoud
naamwoord honderd honderden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

honderd

  1. honderd; het getal 100


Afrikaans

Telwoord (afr)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

honderd

  1. honderd


Nedersaksisch

Hoofdtelwoord

honderd

  1. honderd; 10 x 10, in Arabische cijfers 100, in Romeinse cijfers C
Schrijfwijzen
enkelvoud meervoud
naamwoord honderd honderden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

honderd

  1. honderd; het getal 100
Schrijfwijzen