vierentwintig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Soroban 0.svg Soroban 0.svg Soroban 2.svg Soroban 4 c.svg
0 0 2 4
vierentwintig,
op een abacus


Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • vier·en·twin·tig
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

vierentwintig

  1. "24", het getal tussen drieëntwintig en vijfentwintig, twintig plus vier
    1. om een hoeveelheid aan te geven
      • De totale kosten bedragen vierentwintig euro en zevendertig cent. 
    2. om een plaats in een volgorde aan te geven
      • Het juiste antwoord op opgave vierentwintig is "42". 
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

zelfstandig naamwoord samengesteld met "vierentwintig" ht

bijvoeglijk naamwoord samengesteld met "vierentwintig" ht

bijwoord

rangtelwoord

hooftelwoorden samengesteld met "vierentwintig" ht als linkerdeel

hooftelwoorden samengesteld met "vierentwintig" ht als rechterdeel
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord vierentwintig vierentwintigs
verkleinwoord vierentwintigje vierentwintigjes

Zelfstandig naamwoord

vierentwintig v / m

  1. dat wat in een (rang)ordening met 24 is aangeduid
    • Het is weer de vierentwintig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen? 
    • Haar vijfentwintigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de vierentwintig eenmaal voorbij was. 

vierentwintig mv

  1. groep van 24 eenheden
    • De vierentwintig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen. 

Gangbaarheid

Meer informatie