zelfingenomen
Uiterlijk

- Geluid: zelfingenomen (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzɛlᵊfˌɪŋɣəˌnomə(n) / (5 of 6 lettergrepen)
- zelf·in·ge·no·men
- samenstelling van zelf en ingenomen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zelfingenomen | zelfingenomener | zelfingenomenst |
| verbogen | zelfingenomenste | ||
| partitief | zelfingenomens | zelfingenomeners | - |
zelfingenomen [1]
- van een persoon dat hij of zij te tevreden met zichzelf is
- De zelfingenomen directeur trok zich niets aan van de kritiek op zijn functioneren zodat het bedrijf failliet ging.
- Het woord zelfingenomen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zelfingenomen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 of 6 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %