zelfinductie
Uiterlijk
- zelf·in·duc·tie
- samenstelling van zelf en inductie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfinductie | zelfinducties |
| verkleinwoord | zelfinductietje | zelfinductietjes |
de zelfinductie v
- (natuurkunde) (elektrotechniek) de mate waarin de groei van een stroom in een geleider vertraagd wordt door het erdoor opgebouwde magneetveld
- Een wisselstroom wordt door zelfinductie vooral gehinderd als de wisselspanning een hoge frequentie heeft.
- Het woord zelfinductie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.