zelfopenbaring
Uiterlijk
- zelf·open·ba·ring
- samenstelling van zelf zn en openbaring zn [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfopenbaring | zelfopenbaringen |
| verkleinwoord |
de zelfopenbaring v
- zichzelf zichtbaar maken voor anderen
- ▸ Gods zelfopenbaring door liefde neemt een centrale plaats in binnen de katholieke theologie.[2]
- ▸ De waarheid is verbonden aan de zelfopenbaring van God midden in de werkelijkheid van onze wereldgeschiedenis. Kernwoorden zijn ontleend aan deze openbaring van de drie-enige God en moeten altijd met Hem in verband gebracht worden.[3]
- Het woord zelfopenbaring staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Paus Benedictus XVI is de enige echte leider van de westerse wereld” (24 december 2007), de Volkskrant - ↑
Weblink bron Prof. dr. M. J. Kater“Kernwoorden als ABC van het geloof bieden handvat” (18-12-2018), Reformatorisch Dagblad