jouzelf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jou·zelf
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

jouzelf

  1. tweede persoon enkelvoud, versterkte vorm van jou
    • Ik kan jouzelf op den duur zien. 

Gangbaarheid