zelfkritiek
Uiterlijk
- Geluid: zelfkritiek (hulp, bestand)
- zelf·kri·tiek
- samenstelling van zelf en kritiek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfkritiek | zelfkritieken |
| verkleinwoord |
de zelfkritiek v
- (psychologie) beoordeling van het zelf, meestal gericht op dat wat verbeterd zou moeten worden
- Volgens analyticus en commentator Jan Mulder zou enige zelfkritiek de voetballers niet misstaan.
1. beoordeling van het zelf, meestal gericht op dat wat verbeterd zou moeten worden
- Het woord zelfkritiek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.