zelfregulatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·re·gu·la·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfregulatie zelfregulaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zelfregulatie v [1]

  1. het zichzelf sturen en controleren
     De Groot pleit ook voor meer aandacht voor executieve functies en zelfregulatie op scholen. “Er zou studenten geleerd moeten worden dat ze in staat zijn om bepaalde impulsen te beheersen en hoe ze hun tijd goed kunnen indelen.[2]
     Deindividuation is het gebrek aan zelfbewustheid en zelfregulatie bij leden van een groep (Paules, 1980).[3]
  2. door een groep mensen of organisaties zelfgemaakte en zelfopgelegde regels
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron ANNE-FLORE MULLER “Hoe zit het nu echt met... stress onder studenten?” (24 okt. 2017), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron Nick Muller “De spiegel van illustrator Ivan Cadre” (14/02/2015), HP de Tijd