zelfontleding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·ont·le·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfontleding zelfontledingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zelfontleding v [1]

  1. (psychologie) onderzoek naar de eigen persoonlijkheid en psyche
     In Met de wereld in de rug beschrijft de Duitse schrijver Thomas Melle gedetailleerd de verschillende fasen van de bipolaire stoornis waaraan hij lijdt. Hij is zeker niet de eerste die dit doet, maar met zijn beeldende taal en nietsontziende zelfontleding is hij wel uniek in de mate waarin hij de lezer meesleurt in zijn manische denkwereld.[2]
  2. het vanzelf uiteenvallen van chemische stoffen
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Ranne Hovius “De beeldende taal van Thomas Melle is uniek: hij sleurt de lezer mee in zijn manische denkwereld” (13 januari 2018), de Volkskrant