Naar inhoud springen

onszelf

Uit WikiWoordenboek
  • ons·zelf

onszelf

  1. eerste persoon meervoud, versterkte vorm van ons
    • U kunt onszelf een beloning geven. 
     'Het vaderland verkeert in gevaar en om het te redden hebben een paar moedige mannen, een paar generaals, de verantwoordelijkheid op zich genomen om onszelf in het voorste gelid te plaatsen van een Nationale Beweging voor Redding van het Vaderland die overal zegeviert.[1]
  enkelvoud meervoud
verplicht keuze verplicht keuze
1e persoon mij
me
mijzelf
mezelf
onsonszelf
2e persoon
(informeel)
jejezelfjejezelf
2e persoon
(formeel)
zichzichzelfzichzichzelf
2e persoon
(regionaal)
uuzelfuuzelf
3e persoon
zichzichzelfzichzichzelf

onszelf

  1. eerste persoon meervoud, versterkte vorm van ons
    • We hebben onszelf gewassen. 
     Ieder mens schrijft zijn eigen verhaal, een constructie van ideeën en gedachten waarin we onszelf vastzetten.[2]
  • Deze vorm kan alleen gebruikt worden als de reflexiviteit optioneel is, dat wil zeggen dat het werkwoord zowel wederkerend als niet-wederkerend gebruikt kan worden.
94 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be