henzelf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hen·zelf
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

henzelf

  1. derde persoon meervoud (alleen gebruikt voor de accusatief), versterkte vorm van hen
    • Hij kiest henzelf als groep. 
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be