zelfvernieuwing
Uiterlijk
- zelf·ver·nieu·wing
- samenstelling van zelf zn en vernieuwing zn [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfvernieuwing | zelfvernieuwingen |
| verkleinwoord |
de zelfvernieuwing v
- het automatisch, zichzelf herstellen of opnieuw maken
- Het woord zelfvernieuwing staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.