Naar inhoud springen

hemzelf

Uit WikiWoordenboek
  • hem·zelf

hemzelf

  1. derde persoon enkelvoud, versterkte vorm van hem
    • Ik raad jullie af, om hemzelf te gaan zoeken. 
     Als zodanig zou hij dus ook de plicht om de waarheid te zien en te zeggen, niet erkennen; hij zou dit gevoel niet hebben; hij vraagt: waar komt die plicht vandaan? waar wil ze heen?, maar dit vragen wordt door hemzelf als problematisch beschouwd.[1]
     Ooit had hij een stierenkalf geslacht dat hem aan hemzelf deed denken, in de stugge ogen dacht hij zichzelf te herkennen.[2]
95 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[3]
  1. Paul van Tongeren
    “Nietzsche” (2020), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048529407
  2. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be