zelfhulp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·hulp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfhulp -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zelfhulp v/m

  1. (psychologie) het oplossen of verzachten van problemen zonder tussenkomst van professionele hulpverleners
  2. de zorg voor zichzelf
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie