zelfontbranding
Uiterlijk
- zelf·ont·bran·ding
- samenstelling van zelf en ontbranding
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelfontbranding | zelfontbrandingen |
| verkleinwoord | - | - |
de zelfontbranding v
- het spontaan in brand schieten van een substantie
- Bij opslag van grote hoeveelheden brandbaar materiaal is het niet altijd eenvoudig zelfontbranding te voorkomen als ontwikkelde warmte slecht afgevoerd word.
- Het woord zelfontbranding staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.