zijzelf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·zelf
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

zijzelf

  1. versterkte vorm van zij v enk
    • Zijzelf is hier nooit geweest. 
  2. versterkte vorm van zij mv
    • Zijzelf hebben daar niet aan deelgenomen. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be