haarzelf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·zelf
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

haarzelf

  1. derde persoon enkelvoud, versterkte vorm van haar
    • Het maakt haarzelf niets uit. 
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.