jezelf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • je·zelf
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

jezelf

  1. tweede persoon enkelvoud, versterkte vorm van je
    • Het ontgaat jezelf. 
  enkelvoud meervoud
verplicht keuze verplicht keuze
1e persoon mij
me
mijzelf
mezelf
ons onszelf
2e persoon
(informeel)
je jezelf je jezelf
2e persoon
(formeel)
zich zichzelf zich zichzelf
2e persoon
(regionaal)
u uzelf u uzelf
3e persoon
zich zichzelf zich zichzelf

Wederkerend voornaamwoord

jezelf

  1. tweede persoon enkelvoud- en meervoud
    • Jullie moeten jezelf een vraag stellen. 
    • Jij mag wel een beetje aan jezelf denken. 
Opmerkingen
  • Deze vorm kan alleen gebruikt worden als de reflexiviteit optioneel is, dat wil zeggen dat het werkwoord zowel wederkerend als niet-wederkerend gebruikt kan worden.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.