jijzelf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jij·zelf
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

jijzelf

  1. versterkte vorm van jij, alleen gebruikt voor het onderwerp
    • Jijzelf kunt dat toch niet doen? 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.