zelfbeschikking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·be·schik·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfbeschikking zelfbeschikkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zelfbeschikking v

  1. de mogelijkheid om over zichzelf en het eigen lichaam en leven te beslissen
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen