zelfverlies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·ver·lies
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfverlies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zelfverlies o

  1. kwijtraken van verstandelijke remmingen
     Iedere zichzelf serieus nemende gemeente heeft tegenwoordig zijn eigen Oktoberfest met rondborstige vrouwen in Beierse dirndls, weerzinwekkende schlagers, literpullen bier, openbare dronkenschap en schaamteloos zelfverlies.[1]
     “Het kan een uiting zijn van deze tweesprong van culturen, maar het is wel een zieke manier. Cultuurveranderingen zorgen ook altijd voor een degenererende beweging. Zo was de Romantiek een ontdekking van het oneindige. Maar als je de mens in een oneindig kader plaatst tegenover de eindigheid van zijn eigen gevoelens, ervaart hij dat als zelfverlies.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Ronald Giphart op Wikipedia “Perfect katervoedsel: broodje gehaktbal met ui en spekjes” (06-10-2018), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron “‘Onze cultuur wordt oppervlakkig’” (18/06/2010), HP de Tijd