doe-het-zelfafdeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doe-het-zelf·af·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doe-het-zelfafdeling doe-het-zelfafdelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

doe-het-zelfafdeling v

  1. deel van een winkel(keten) dat materialen en gereedschappen verkoopt voor de klusser
     Ook voor de Doe-Het-Zelfafdeling wordt al langere tijd een partner gezocht. ,"We hebben gesprekken gevoerd met verschillende partijen. Nu moet de raad van bestuur knopen doorhakken."[1]
     De warenhuizen, hypermarkten en supermarkten en de doe-het-zelfafdeling hebben daarentegen te lijden onder kleine marges en een trage groei.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Wouter Masschelein“GB sleurt GIB voor laatste keer omlaag” (28/09/2000), De Standaard
  2. Bronlink Weblink bron “FT. INTERVIEW. Hans-Joachim Körber, gedelegeerd bestuurder van Metro” (21/12/2000), De Standaard