zelfstudie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·stu·die
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfstudie zelfstudies
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zelfstudie v

  1. onafhankelijk van een leraar studeren
    • Bewonderenswaardig genoeg heeft hij dit vrijwel geheel door zelfstudie bereikt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie