groen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

 
groen
Uitspraak
Woordafbreking
  • groen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord groen groenen
verkleinwoord groentje groentjes

Zelfstandig naamwoord

groen o

  1. (kleur) kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben, geel met blauw gemengd; secundaire kleur, in het spectrum gelegen tussen geel en cyaan, met een golflengte van ca. 550 nm
    • Dit groen lijkt wel erg donker. 
     Dekkers: „Planten en bomen leven van de energie die ze uit zonlicht halen. Ze gebruiken de energierijke delen uit het witte licht van de zon. Wat dan overblijft is groen.”[4]
     Veel leuker, maar ook langzamer, is de Route Nationale 7. Veel sterker dan op de Autoroute ervaar je hoe het landschap langzaam van kleur verschiet, van het sappige groen van de Bourgogne naar het azuurblauw van de Méditerranée, via het droge geel van de Provence.[5]
     In de Verenigde Staten acteren zeven landen met de kleur groen in het voetbaltenue. Bij Bolivia, Bulgarije en Nigeria verwijst het naar de bodemschatten of de landbouwrijkdom. Voor Kameroen symboliseert groen de hoop en voor Mexico onafhankelijkheid. Voor de spelers van Saoedi-Arabie is groen de kleur van de islam. De Ieren daarentegen denken bij deze kleur aan het katholicisme.[6]
  2. (metonymisch) gebladerte, loof en andere plantendelen met veel bladgroen
    • Fietsen door het groen. 
    • De bloemist verwerkt ook veel groen in het boeket. 
  3. (figuurlijk) passend in een natuurbewuste of duurzame levensstijl
     Groene stroom in Nederland is populair. Meer dan de helft van de huishoudens in Nederland neemt stroom af die voortkomt uit wind, zon of biomassa.[7]
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Groen zien van jaloezie
Heel erg jaloers zijn
  • Rijp en groen
Ervaren en onervaren, geschikt en ongeschikt
  • Groen en geel zien
Meer letterlijk: misselijk zijn, meer figuurlijk: erg kwaad zijn
  • Lichten/Seinen die op groen staan
Teken dat iets kan, veilig en toegestaan is
•  Toen ook de kinderen mijn rare plan accepteerden stonden alle lichten ineens op groen. [8] 
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen groen groener groenst
verbogen groene groenere groenste
partitief groens groeners -

Bijvoeglijk naamwoord

groen

  1. (kleur) met de kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben
    • Dat is een groene vlag. 
  2. ecologisch verantwoord, milieuvriendelijk
    • Hij wil alleen maar groene benzine en groene stroom gebruiken. 
  3. onervaren, nieuw
    • Hij is nog een beetje groen, maar dat trekt wel bij. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Groen en geel voor de ogen worden
duizelen en/of erg van schrikken
  • Groene vingers hebben
Planten goed kunnen verzorgen
  • Groen als gras zijn
Net komen kijken en dus nog zeer onervaren zijn
  • Onder de groene zoden liggen
Begraven zijn (v.e. overledene)
Spreekwoorden
  • Bij de buren is het gras altijd groener
De situatie van anderen of iets nieuws uitproberen schijnt altijd beter dan de huidige eigen situati
  • Een oude bok lust nog wel een groen blaadje
Ook een oude man wil graag een jonge minnares
  • Het gras aan de overzijde is altijd groener
De situatie van anderen of in een gewenste toekomst schijnt altijd beter dan de huidige eigen situatie
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
groenen

groen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groenen
    • Ik groen. 
  2. gebiedende wijs van groenen
    • Groen! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groenen
    • Groen je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. groen op website: Etymologiebank.nl
  3. "groen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 25 januari 2021 Weblink bron
    Wilmer Heck
    “Waarom is bijna alles in de natuur groen gekleurd?” (20 augustus 2009) op nrc.nl
  5. Bronlink Weblink bron
    Peter Giesen
    “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  6. Bronlink geraadpleegd op 25 januari 2021 Weblink bron
    Paul de Lange & Theo Toebosch
    “De symboolwaarde van keihard oranje” (11 juni 1994) op nrc.nl
  7. Bronlink geraadpleegd op 25 januari 2021 Weblink bron
    Erik van der Walle
    “Zo maak je van grijze stroom groene stroom” (27 januari 2020) op nrc.nl
  8. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

groen

  1. groen


Welsh

Zelfstandig naamwoord

groen

  1. gemuteerde vorm van croen