kleur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kleur
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: couleur, colore
Frans: couleur
Latijn: color
  • Verwant in Germaans:
Engels: color, colour, Fries: kleur
enkelvoud meervoud
naamwoord kleur kleuren
verkleinwoord kleurtje kleurtjes

Zelfstandig naamwoord

kleur v

  1. het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • een kleur krijgen
  • Iets in kleuren en geuren vertellen
iets met overdrijving en fantasie vertellen
  • Kleur bekennen
Mening geven
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kleuren

kleur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuren
    Ik kleur.
  2. gebiedende wijs van kleuren
    Kleur!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuren
    Kleur je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie