groentje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groen·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord groentje groentjes

Zelfstandig naamwoord

groentje o dim. tant.

  1. iemand die uit onvervarenheid nog veel fouten maakt en daar vaak voor geplaagd wordt
    • Hij was politiek gezien nog maar een groentje. 
  2. (insecten) Callophrys rubi op Wikispecies een dagvlinder uit de familie Lycaenidae op Wikispecies, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
    • Het groentje komt in heel Europa algemeen voor op schrale graslanden, heiden en bosgebieden. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

groentje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord groen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie