zalm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oncorhynchus tschawytscha, de koningszalm, een Pacifische zalmsoort

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zalm
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1270 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord zalm zalmen
verkleinwoord zalmpje zalmpjes

Zelfstandig naamwoord

zalm m

  1. (voeding) (vissen) een verzamelnaam voor een aantal vissoorten van de Salmonidae-familie
  2. (kleur) een zachtrode kleur, die van zalmen
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Verwijzingen