goud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Fl Uup Lv Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Uitspraak
Woordafbreking
  • goud
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘chemisch element’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • Afkomstig van Middelnederlands gout, van Oudnederlands golt, van de Proto-Indo-Europese wortel *ghlo-.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord goud -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

goud o

  1. (scheikunde), (element) een edelmetaal met atoomnummer 79 dat wordt aangegeven met het symbool Au, het is een geel metalliek overgangsmetaal
  2. (economie) waardbasis in de economie
  3. (kleur) een oranjegele kleur
  4. gouden medaille voor de eerste plaats (winnaar) in een wedstrijd
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

goud

  1. (scheikunde) goud


Fries

Zelfstandig naamwoord

goud

  1. (scheikunde) goud


Gronings

Woordafbreking
  • goud

Bijvoeglijk naamwoord

goud

  1. goed