amber

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·ber
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord amber ambers
verkleinwoord ambertje ambertjes

Zelfstandig naamwoord

amber m

  1. een hard wasachtig grijs product gevonden in de maag van potvissen dat bestaat uit verteerde rugschilden van reuzeninktvissen (het hoofdvoedsel van de potvis).
  2. onjuist gebruikte naam voor barnsteen, omdat dit de Engelse naam voor barnsteen is, een fossiel hars van bomen met geel-oranje kleur.
  3. (kleur) een oranjegele kleur hebbend die oorspronkelijk van barnsteen komt
    Heeft u die ook in het amber?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈæm.bə(ɹ)/
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
amber ambers

Zelfstandig naamwoord

amber

  1. barnsteen
  2. amber
stellend vergrotend overtreffend
amber more amber most amber

Bijvoeglijk naamwoord

amber

  1. amber


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

amber

  1. genitief meervoud van ambra.


Turks

Zelfstandig naamwoord

amber

  1. barnsteen