grasgroen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gras·groen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grasgroen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

grasgroen o

  1. (RAL-kleur) een kleur groen met RAL-nummer 6010.
    • Heeft u die ook in het grasgroen? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grasgroen grasgroener grasgroenst
verbogen grasgroene grasgroenere grasgroenste
partitief grasgroens grasgroeners -

Bijvoeglijk naamwoord

grasgroen

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur groen, met RAL-nummer 6010.
    • Hij rijdt in een grasgroene auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.