lentegroen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • len·te·groen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lentegroen
verkleinwoord lentegroentje lentegroentjes

Zelfstandig naamwoord

lentegroen o

  1. (kleur) de frisse groene kleur zoals die in de lente gezien kan worden
    • Heeft u die ook in het lentegroen? 
stellend
onverbogen lentegroen
verbogen lentegroene

Bijvoeglijk naamwoord

lentegroen

  1. (kleur) de kleur lentegroen hebbend
    • Hij rijdt in een lentegroene auto. 
Verwante begrippen


Gangbaarheid