paars

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paars
Woordherkomst en -opbouw
  • [2] Ontleend aan het Franse pers (een kleur tussen blauw en groen hebbend), dat weer is afgeleid van het Laatlatijnse persum.
  • [1] Idem. Dit woord is het zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoord.
enkelvoud meervoud
naamwoord paars paarsen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

paars o

  1. (kleur) diverse kleurschakeringen tussen blauw en rood
    In de katholieke kerk is paars de kleur van boetedoening en rouw.
  2. een voorwerp van paarse kleur
    Tussen al die verfpotten kan ik het paars niet vinden.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen paars paarser paarst
verbogen paarse paarsere paarste
partitief paars paarsers -

Bijvoeglijk naamwoord

paars

  1. (kleur) een paarse kleur hebbend
    Op het bal droeg zij een paarse jurk.
  2. (politiek) vertegenwoordigd door zowel als linkse als rechtse partijen
    Een paars kabinet.
    Een paarse regering.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen