loof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord loof loveren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

loof o

  1. gebladerte
  2. (biologie) weefsel van lagere cryptogamen, waarbij zich geen verdeling in wortel, stengel en blad voordoet
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
loven

loof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loven
    Ik loof.
  2. gebiedende wijs van loven
    Loof!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loven
    Loof je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl