marine

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ri·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord marine -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

marine

  1. v zeemacht
  2. (kleur) een bepaalde onkere kleur blauw
    Heeft u die ook in het marine?
Synoniemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

marine

  1. (kleur) de kleur marineblauw, donkerblauw hebbend
Vertalingen



Frans

Bijvoeglijk naamwoord

marine

  1. vrouwelijk enkelvoud van marin