marine

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ri·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord marine marines
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

marine

  1. (militair) (scheepvaart) v een strijdmacht die voor oorlogvoering op zee kan worden ingezet, zeemacht
  2. (kleur) een bepaalde onkere kleur blauw
    Heeft u die ook in het marine?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

marine

  1. (kleur) de kleur marineblauw, donkerblauw hebbend
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

marine

  1. vrouwelijk enkelvoud van marin