koraal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·raal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘kerkgezang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1612 [1]
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘poliepenskelettenmassa’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord koraal koralen
verkleinwoord koraaltje koraaltjes

Zelfstandig naamwoord

koraal o

  1. (dierkunde) skelet van de koraalpoliep [2]
  2. (kleur) een oranjerode kleur, de kleur van koraal
  3. (religie) (muziek) plechtig kerkgezang [3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Verwijzingen