opaalgroen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • opaal·groen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opaalgroen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opaalgroen o

  1. (RAL-kleur) een kleur groen met RAL-nummer 6026.
    • Heeft u die ook in het opaalgroen? 
stellend
onverbogen opaalgroen
verbogen opaalgroene

Bijvoeglijk naamwoord

opaalgroen

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur groen, met RAL-nummer 6026.
    • Hij rijdt in een opaalgroene auto. 
Vertalingen


Gangbaarheid