glas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een glas thee.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glas
Woordherkomst en -opbouw
1. enkelvoud meervoud
naamwoord glas
verkleinwoord
2.,3.,4. enkelvoud meervoud
naamwoord glas glazen
verkleinwoord glaasje glaasjes

Zelfstandig naamwoord

glas o

  1. (materiaalkunde) niet-kristallijne vaste stof
    • Bij voldoend snelle afkoeling zijn zelfs sommige metalen in staat glazen te vormen. 
  2. een glas (volgens betekenis 1) op basis van siliciumoxide (SiO2), dat veel wordt gebruikt voor de vervaardiging van vensters, glazen (betekenis 3) e.d
    • Het glas van het voorkamerraam brak door de heftige windvlaag. 
  3. een uit glas (volgens betekenis 2) vervaardigd object dat dranken of andere vloeistoffen kan bevatten
    • Wat een mooie glazen heb je gekocht! 
  4. (metonymisch) de - vaak alcoholische - inhoud van een glas (volgens betekenis 3)
    • Glaasje op? Laat je rijden! 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een storm in een glas water zijn
eerst leek het heel belangrijk, maar uiteindelijk stelde het niets voor
  • Er verdrinken er meer in het glas dan in de zee.
er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol
  • In een glazen huis wonen
een persoon wier handelen veel kritiek kan krijgen omdat deze openbaar te volgen is
  • Storm in een glas water
Ophef over niets
  • Zijn eigen glazen ingooien
het voor zichzelf bederven
  • Een glas mag.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord glas glase

Zelfstandig naamwoord

glas

  1. glas


Bretons

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. (kleur) blauw
    «Al lotuz glas
    De blauwe lotus.
  2. (kleur) groen


Iers

Uitspraak
  • IPA: /gl̪ˠasˠ/

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. (kleur) groen
  2. (kleur) grijs
Verbuiging



Welsh

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. (kleur) blauw