gruun

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Drents

Zelfstandig naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; kleur tussen geel en blauw (of cyaan), met een golflengte van ca. 550 nm
Schrijfwijzen

Bijvoeglijk naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; de kleur groen hebbend
Schrijfwijzen


Nedersaksisch

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord gruun grunen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; kleur tussen geel en blauw (of cyaan), met een golflengte van ca. 550 nm
Schrijfwijzen

Bijvoeglijk naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; de kleur groen hebbend
Schrijfwijzen

Meer informatie


Sallands

Zelfstandig naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; kleur tussen geel en blauw (of cyaan), met een golflengte van ca. 550 nm
Schrijfwijzen

Bijvoeglijk naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; de kleur groen hebbend
Schrijfwijzen


Stellingwerfs

Zelfstandig naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; kleur tussen geel en blauw (of cyaan), met een golflengte van ca. 550 nm

Bijvoeglijk naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; de kleur groen hebbend


Veluws

Zelfstandig naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; kleur tussen geel en blauw (of cyaan), met een golflengte van ca. 550 nm
Schrijfwijzen

Bijvoeglijk naamwoord

gruun

  1. (kleur) groen; de kleur groen hebbend
Schrijfwijzen