linnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lin·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van linne met het achtervoegsel -en
enkelvoud meervoud
naamwoord linnen -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

linnen o

  1. (landbouw), (kleding) product afkomstig uit vlas
  2. (kleur) de kleur van linnen hebbend
    Heeft u die ook in het linnen?
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen linnen

Bijvoeglijk naamwoord

linnen

  1. van linnen vervaardigd
    Zij had een linnen jasje aan.