linnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lin·nen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord linnen linnens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

linnen o

  1. (landbouw), (kleding) product afkomstig uit vlas
  2. (kleur) de kleur van linnen hebbend
    Heeft u die ook in het linnen?
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen linnen

Bijvoeglijk naamwoord

linnen

  1. van linnen vervaardigd
    Zij had een linnen jasje aan.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl