acaciaroze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aca·cia·ro·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord acaciaroze
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

acaciaroze o

  1. (kleur) een wat donkere kleur roze, die van acacia's
    • Heeft u die ook in het acaciaroze? 
stellend
onverbogen acaciaroze
verbogen acaciaroze

Bijvoeglijk naamwoord

acaciaroze

  1. (kleur) de kleur acaciaroze hebbend
    • Hij rijdt in een acaciaroze auto. 


Gangbaarheid