tomaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Tomaten.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·maat
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1608 [1]
  • Via het Spaanse tomate afgeleid van xitomatl (Nahuatl) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tomaat tomaten
verkleinwoord tomaatje tomaatjes

Zelfstandig naamwoord

tomaat v/m

  1. (groente) (voeding) een eetbare vrucht van de tomatenplant
    • In Nederland groeien tomaten in kassen. 
  2. (plantkunde) Lycopersicon esculentum op Wikispecies Solanum lycopersicum op Wikispecies uit Zuid-Amerika afkomstige nachtschadeachtige plant waaraan bovengenoemde vruchten groeien
  3. (kleur) de zachte rode kleur van tomaten
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen