scharlaken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schar·la·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘rode stof, rood’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1263 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord scharlaken -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

scharlaken o

  1. (kleur) een helderrode kleur die naar oranje zweemt
    • Kardinalen dragen vaak scharlaken. 
  2. (kleding), (geschiedenis) een fijn wollen weefsel uit de middeleeuwen
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Verwijzingen